Samenwerking

Regisseur Lisa Giezen
Toneelschrijver Jade Olieberg

Over de smeders

Lisa Giezen

Lisa Giezen is in 2016 afgestudeerd aan de opleiding Theaterdocent aan de Amsterdamse Hogeschool voor de kunsten. Hier is zij opgeleid tot zowel docent als theatermaker werkende met de meest uiteenlopende doelgroepen. Sindsdien werkt zij veel als freelance theatermaker/docent bij verschillende gezelschappen, zoals het NNT, NTjong en Theater Rotterdam. Daarnaast maakte Lisa o.a. voorstellingen voor Theater na de Dam, het ZID-theater en heeft zij het afgelopen jaar een voorstelling mogen maken in Yogyakarta, Indonesïe. Ze maakt beeldend, fysiek, donker en vervreemdend theater met een grote liefde voor poëzie en tragiek.

Jade Olieberg

Jade Olieberg studeerde aan de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie. Zij heeft al ruime ervaring met theater, film en televisie. Enkele voorbeelden van haar rollen: Niemand in de stad, (Rosanne van Nierop), Michiel van Erp (i.p.), Geel/Zwart Rotterdam, (Emma), Esmée Jacobs, Blauwe maandag (Lo), Thom Lunshof, Tuintje in mijn hart, (Aponi), Marc Waltman, Familie Van Nielie, (Pam), Josee Hussaarts (Kwatta) (i.p.) Penoza, (Sarah), Max Porcelijn, Michiel van Jaarsveld (i.p.) De wachtkamer, Simone v Dusseldorp (i.p.)

Zij worden gecoacht door

Daniel van Klaveren Zie alle coaches

Waar ze aan smeden

Voodoo child (werktitel) Jade en Lisa Naar het stuk

Thema

Een grootse poging tot het vormgeven van een eigen werkelijkheid. Tekst: Jade Olieberg Regie: Lisa Giezen Omslagfoto: kunstwerk 'Power Generator'(2014) van Folkert de Jong.

Status

In ontwikkeling!

Bekijk hun updates

10 maart 2018

Chromaphilia

Chromaphilia gaat over kleurenleer.
Over waarom fel groen iets anders vertelt dan zacht groen.
Over de betekenis die we geven aan hard roze, aan donker paars, sprekend geel of diep blauw.
Over kunstenaars die hun leven weidden aan het vinden van de juiste kleur blauw, om daar vervolgens een patent op aan te vragen, om daar vervolgens naakte vrouwen mee onder te kalken en op een doek te laten vallen*

Ons hoofdpersonage is geobsedeerd door de kleur blauw, dat is hij al sinds de eerste monoloog die Jade ooit over hem of namens hem schreef. Daarin vertelt hij ons dat hij een caeruleofiel is, een minnaar van de kleur blauw. Het toeval is dat Lisa haar eerste voorstelling HET UUR BLAUW heette, geïnspireerd op de gelijknamige reeks werken van Jan Fabre waarin hij alleen gebruik maakt van een blauwe Bic balpen.

Volgens Yves klein (1928-1962) die naast kunstenaar tevens ook judoleraar was (dat was dus die kunstenaar die blauwe vrouwen op doeken gooide), is blauw de enige kleur die geen dimensie kent, die voorbij de leegte gaat en daardoor een diepte onthult die zowel angstaanjagend als betoverend kan zijn.  Blauw is de kleur die we associëren met puur en reinheid, maagdelijk blauw en hemelsblauw. Maar de meest onnatuurlijke felblauwe kleur werd ook gebruikt bij de maya's om mensen te beschilderen die boven op een tempel geofferd werden. Het is de kleur van het ongrijpbare, onvatbare mystieke.

En dat zegt iets over onze Don, wat precies wordt momenteel nog bedacht. Maar kleuren communiceren  vrij direct, naast symboliek of associaties doet de kleur groen daadwerkelijk iets anders met je dan bijvoorbeeld roze. Don krijgt voor ons daardoor letterlijk kleur, niet dat we hem voor ons zien als smurf maar door hem een liefhebber van blauw te maken krijgt hij een gestalte. Zo bouwen we verder aan onze wereld, vandaag verven we die blauw en wie weet morgen wel vintage early dew.

Afbeelding: Klein’s 1960 painting Great Blue Anthropophagy

 

9 februari 2018

Composthoop

Maandag zaten we in café Brecht in Amsterdam, een mooie achtergrond om het eens te hebben over het idealisme van ons hoofdpersonage Don. Dat terwijl we iets dronken dat Ovomaltine heet. Een chocolademelk-achtig drankje maar dan op basis van mout. Zonder slagroom natuurlijk.

"Don verzet zich volgens mij juist tegen de composthoop en het ontspullen."

Idealisme, geloven in een ideaal, geloven in überhaupt..  iets.
Maar waar dan in? Als het niet die composthoop is of dat ene protest waar je ooit met pannendeksels tussen hebt gestaan of dat je lichaam een tempel is en God een dj. Waar sta je voor? Waar geloof je in ? Waar streef je naar? Wat is jouw ideaal?
Ehh Don's ideaal.

Want laten we het niet over onszelf hebben, het gaat hier tenslotte om een personage, een fictief, door ons verzonnen personage. En dat ideaal van hem, dat verzinnen we ook gewoon, net als zijn lievelingseten: een sashimi platter.
Wij zijn in staat om een hele wereld te verzinnen. In ons hoofd is hij er al bijna, we kennen de figuren die er rond lopen, zo loopt er een met een lendendoekje voor. We weten wat ze tegen elkaar zeggen en in welke volgorde. We weten welke kant ze op lopen en ook dat als ze verder lopen ze dan van het podium aflopen en ineens niet echt meer zijn. We weten dat Don een man is, althans tot nu toe.

Ok, dus laten we zeggen dat hij streeft naar schoonheid, naar perfectie, naar volmaaktheid. En dat hij er alles aan zal doen om dat te vinden en met minder geen genoegen neemt.
Hoe ziet dat er dan uit?

Dat verzinnen we ook.

 

Hè, je bedenkt jezelf een beetje.

Je houdt jezelf staande.

Je bedenkt jezelf rechtop, groter.

Meer.

Je maakt het leven mooier.

Ataxie klinkt mooier dan dronken zijn.

Zo gaat dat.

Je bent nog God en jong genoeg om dingen zeker te weten.

                                                                       - uit Voodoo Child, door Jade Olieberg 

Beeld: zelfportret door Francis Bacon

4 januari 2018

Patat en Fellini

"Ik vind haar prachtig, die hoer, dansend op het strand."

Afgelopen week hebben wij onze Fellini doop gehad. Dat deden wij in stijl met patat, een hamburger en een vegetarische bamischijf. In gesprek met het publiek tijdens onze eerste lezing in Bellevue werd ons Otto e mezzo aangeraden en dat bleek een fantastische tip te zijn. 

Otto e mezzo oftewel 8 en 1/2 is een film over een gevierde filmregisseur die na een groot succes rust zoekt in een kuuroord. Maar daar wordt hij lastig gevallen door eindeloos veel personages, waarbij je je constant afvraagt uit welke realiteit ze komen, de fantasie, de droom, een flashback, een filmscène of de werkelijkheid van de regisseur. Net als in ons stuk loopt het hoofdpersonage tegen een writersblock aan en lopen de verschillende realiteiten door elkaar.

Over de film wordt geschreven dat het over een gebrek aan inspiratie gaat en ironisch genoeg een van de rijkste en beste films door Fellini ooit gemaakt is, door velen wordt het als een autobiografie gezien maar dat is door de Italiaanse filmmaker altijd ontkend. 

En dat vonden wij interessant, wanneer gaat de kunst die je maakt over jezelf? Schept een kunstenaar niet altijd een wereld gebaseerd op zijn of haar eigen angsten, vragen, fascinaties en dromen?
In deze film wordt echter wel heel letterlijk gereflecteerd op de film zelf, en het proces van een kunstenaar. Zo wordt na onze lievelingsscéne waarin een grote, zware hoer dansend op het strand een groep jonge jongens wild maakt, een pleidooi door een filmcriticus gehouden over het valse sentiment en ambiguïteit van de scène. Die zelfkritiek in de film op de film zelf maakt het geheel verwarrend, omdat je als kijker behoorlijk heen en weer gesmeten wordt in hoe je naar de film moet kijken. Maar wat we hierdoor ook voelde was een herkenbaarheid in hoe kwetsbaar het is om iets te maken. Om je eigen gedachte-roerselen vorm te geven en door anderen te laten bekijken. Zo werd deze film naast prachtig surrealistisch voor ons ook heel mooi in zijn schaamteloze eerlijkheid.